Eerder verschenen nummers
Schrift 246 Naamloze mensen

Schrift 246 Naamloze mensen
jaargang 41 • nummer 6 • december 2009
Ten geleide
Ze heet Fiebe. Haar naam is zorgvuldig gekozen. Tijdens de doopviering vertelt haar zusje Lotte dat de naam uit het Germaans afkomstig is en ‘bescherming’ of ‘vrede’ betekent. Alle familieleden en vrienden die deze heugelijke gebeurtenis meevieren, worden uitgenodigd hun eigen naam op een witte steen te schrijven en deze in een mand te doen. Namen op stenen, een levensfundament voor Fiebe. Met toewijding vervul ik de opdracht, geraakt door dit mooie symbool en de liefde waarmee mijn kleine achternichtje wordt omringd. Dan komt haar grote broer Kobe. Stoer en met veel gevoel voor drama – handen in zijn zakken – vertelt hij ons het verhaal van de barmhartige Samaritaan. Een verhaal dat hij onlangs op school geleerd heeft en dat tot zijn jeugdige verbeelding spreekt, want ‘hoe kun je nu iemand die gevallen is, zomaar laten liggen?’ Als Fiebe valt, zal hij haar zeker oprapen! De hoofdrolspeler in zijn verhaal heeft geen naam, maar dat stoort Kobe allerminst. Het is zijn held.
In het Nieuwe Testament vinden we een groot aantal naamloze personen. Misschien juist doordat ze geen naam hebben, trekken ze de aandacht en prikkelen ze de nieuwsgierigheid. De blinde in Betsaïda, de overspelige vrouw, de goede moordenaar, de bloedvloeiende vrouw, iemand die aan huidvraat lijdt … allemaal mensen die wel een belangrijke rol spelen in een verhaal, maar van wie de naam niet wordt genoemd. Ze worden meestal aangeduid met een kenmerk dat alles te maken heeft met Jezus’ handeling, vaak een wonder, in dat verhaal.
Waarom ze geen naam hebben? Misschien wisten de auteurs eenvoudigweg de naam van de betrokkene niet. Of wellicht wilden ze bewust de aandacht op Jezus richten, en niet op de personen op wie zijn handelen betrekking had. Maar ook al hebben ze geen naam, ze hebben wel persoonlijk contact met Jezus. Misschien is dat ook de reden waarom in de loop van de tijd de behoefte ontstaat sommigen van deze mensen zonder naam alsnog een naam te geven.
Dit nummer van Schrift neemt ons mee langs een aantal teksten waarin Jezus ‘naamloze mensen’ ontmoet.
Lut Callaert, redactiesecretaris
Inhoud
| Geert Van Oyen | Hoe heet je? Wie ben je? | 179 |
| Joop Smit | Thema met variaties | 182 |
| Wim Weren | Een vrouw overgiet Jezus met dure olie | 185 |
| Annemieke ter Brugge | De blinde in Betsaïda | 189 |
| Piet Farla | Een gelijkgezinde schriftgeleerde | 193 |
| Caroline Vander Stichele | Anonieme dochters | 197 |
| Corrie Vervest | De twee misdadigers aan het kruis | 200 |
| Tineke de Lange | Een Samaritaanse vrouw ontmoet Jezus | 204 |
| Patrick Chatelion Counet | Haar naam in het zand | 208 |
| Index van jaargang 41 (2009) | 211 | |
| Gerard van Broekhuizen | Naschrift: Daar gaat ze … | 212 |
Uit elk nummer van Schrift wordt één artikel gratis ter downloading aangeboden. Voor dit nummer is dat Hoe heet je? Wie ben je? van Geert Van Oyen. Hier kunt u dit artikel downloaden:
Van Oyen, Geert: Hoe heet je? Wie ben je? (37.25 KB)
