Eerder verschenen nummers
Schrift 249 De brief aan de Filippenzen

Schrift 249 De brief aan de Filippenzen
jaargang 42 • nummer 3 • juni 2010
Ten geleide
Het is niet te verwonderen dat de jonge biologiedocent in De Versnijdenis van Maarten ’t Hart na het lezen van Filippenzen 3,2 het Nieuwe Testament vol weerzin dichtslaat. Wat las hij daar? ‘Let op de honden … op de versnijdenis.’ Dit heb ik verkeerd gelezen; het moet besnijdenis zijn, denkt hij. Wanneer hij merkt dat hij het wel degelijk goed gelezen heeft, vraagt hij zich af ‘wat dit in godsnaam wel te betekenen heeft’.
Paulus gaat heftig te keer in het derde hoofdstuk van zijn brief aan de Filippenzen. Gedreven voert hij strijd voor zijn waarheid, zijn visie op de juiste weg. Hij is scherp en spot met degenen die een andere weg voorstaan. Een retorische techniek van alle tijden, zoals we die ook in hedendaagse varianten kennen. Het gebruik van ‘kopvodden’ als aanduiding voor een hoofddoek is hier een voorbeeld van.
De gemeente in Filippi is door Paulus gesticht, en hij schrijft haar een brief. De stad Filippi behoort in het midden van de eerste eeuw tot het Romeinse rijk en telt inwoners van verschillende herkomst. Zo leven er Romeinen en Grieken, maar ook Thraciërs en Egyptenaren. Een mengelmoes van culturen en religies, ieder met eigen gebruiken en gewoonten. Religiositeit speelt er een grote rol, en uitingen ervan zijn zichtbaar in het dagelijks leven. Op het moment dat Paulus zijn brief schrijft, zit hij gevangen, en is zijn toekomst onzeker. Hij bedankt de Filippenzen voor hun geestelijke en materiële steun en noemt de gemeente ‘zijn vreugde en erekrans’. Maar daar laat hij het niet bij. Hij gaat ook in op hun specifieke situatie, want zelfs vanuit zijn gevangenschap volgt hij de gemeente op de voet. Euodia en Syntyche vermaant hij eensgezind te zijn. Blijkbaar hadden de twee vrouwen ruzie. Welke rol werd er overigens toebedeeld aan de vrouw in de gemeente van die tijd? Zijn er bronnen die ons hierover iets kunnen vertellen? En de gelovigen moeten oppassen met gevaarlijke tegenstanders. Zo veel elementen in één enkel schrijven roept de vraag op of hier wellicht sprake is van een samenstelling van twee of meer brieven. Misschien kan de Christus-hymne die Paulus in het tweede hoofdstuk citeert, ons helpen deze vraag te beantwoorden.
Lut Callaert, redactiesecretaris
Inhoud
| Eduard Verhoef | De stad Filippi leek Rome in het klein | 71 |
| Bert Jan Lietaert Peerbolte | Filippi als paulijnse gemeente | 75 |
| Camille Focant | Opbouw van Paulus’ brief aan de Filippenzen | 80 |
| Joop Smit | Paulus als navolger van Christus in Filippenzen 2 en 3 | 85 |
| Johan S. Vos | Reden tot vreugde? | 89 |
| Annemieke ter Brugge | Vrouwen in Filippi | 92 |
| Jan den Boeft | De Filippenzen en de hellenistische wereld | 97 |
| Gerard van Broekhuizen | Boekbespreking | 102 |
| Gerard van Broekhuizen | Boekbespreking | 102 |
| Door Brouns-Wewerinke | Boekbespreking | 103 |
| Gerard van Broekhuizen | Naschrift: Jukgenoot | 104 |
Uit elk nummer van Schrift wordt één artikel gratis ter downloading aangeboden. Voor dit nummer is dat Paulus als navolger van Christus in Filippenzen 2 en 3 van Joop Smit. Hier kunt u dit artikel downloaden:
Smit, Joop: Paulus als navolger van Christus in Filippenzen 2 en 3 (44.07 KB)

